Blog

Hiske Alting en Pauline Res schrijven elke maand samen met Yvonne van Almaren een nieuwe blog.

Uit het Brabantse

Maandag belt dochter M. dat zij graag een gesprek met ons wil. Haar moeder zal binnenkort overlijden. Sneller dan verwacht is het zover. De volgende dag overlijdt zij in het Bartholomeus Gasthuis, waar zij al 3 jaar woonde. Bij de besprekingen zijn alle zes de dochters, een kleindochter en vriendin aanwezig. De dochters zijn opgegroeid in Brabant. Ondanks de overdaad aan vrouwen, verlopen de besprekingen goed en redelijk efficiënt. “Ons moeder” is katholiek opgegroeid maar de dochters willen geen katholieke mis. Ik stel voor om Esther Nelemans te vragen. Zij kan in het afscheid voorgaan en elementen inbrengen die hun moeder mooi had gevonden. Een schot in de roos, want Esther blijkt moeder te kennen en komt zelf ook uit het Brabantse.
Het afscheid vindt plaats in de kapel van St. Barbara, daarna wordt ze bijgezet in het graf van haar man. Alle dochters en de kleindochter leveren een bijdrage met een verhaal of gedicht. Eén van de dochters bedankt mij met de woorden dat het een “keigoed” afscheid was.

Stoelendans

Meneer B. is 97 jaar geworden. Zijn drie volwassen kinderen hebben wel even moeten schakelen. Hun oude vader is na het overlijden van hun moeder, nu drie jaar geleden, stapelverliefd geworden op een oude jeugdliefde. Zij zijn zelfs nog in het huwelijksbootje gestapt. Een uniek verhaal dat de krant zelfs haalt. De kinderen van weerszijden vormen nu tot hun eigen verrassing een samengesteld gezin. Een ingewikkelde situatie, de families kennen elkaar immers nog maar net. Als de kaart al gedrukt is, blijkt een overleden broer er niet op te staan – het is in eerste instantie niemand opgevallen. De kaart moet opnieuw. De uitvaart vindt plaats in de kapel op de begraafplaats. We hebben op de eerste rij stoelen gereserveerd voor de naaste familie. Ooms, tantes en aangetrouwde familie van beide zijden beroepen zich erop dat ze ook tot de naaste familie behoren. Een stoelendans ontstaat aan het begin van de uitvaart voor het oog van de aanwezigen die al in de kapel zitten. Ik laat het maar gebeuren. Uiteindelijk komt het tot mijn verbazing toch goed. Het is een wat rommelige uitvaart. De zoon bedient de muziek vanaf zijn IPod en moet hiervoor steeds naar voren lopen, waar de geluidsinstallatie staat. In de tijd die dat kost, vertel ik naar welke muziek we gaan luisteren. Twee keer krijgen we iets heel anders te horen. Hmm, zoveel losse eindjes zijn we niet gewend.

Competent

Op ons kantoor aan het Geertekerkhof praat ik met m’n collega na over de feestdagen die alweer achter ons liggen. Het is niet heel koud, toch draaien we de verwarming een graadje hoger. De Geertekerk staat er mooi bij. De kerk die al zoveel uitvaarten waardig dienst heeft gedaan. Wat is ze daar toch goed in.

Weet je nog? We denken terug aan die januarimaand een paar jaar geleden. Het jaar ervoor kwam een vrouw naar ons kantoor om haar uitvaart te regelen. Ogenschijnlijk niets aan de hand. Competente dame, wethouder geweest in een grote stad en nu gemeentesecretaris in haar eigen woonplaats. Zelfstandig was ze, geen partner of kinderen en had daarom besloten haar uitvaart in handen te geven van een executeur van een humanistische stichting. Aan mij liet ze de praktische uitvoering over. We hadden nog twee keer contact dat jaar en begin januari ging ik naar haar toe, omdat ze nu hard achteruitging. In haar lievelingsstoel trof ik een klein hoopje mens. Voor haar hoefde het niet meer, slechts wachten restte haar en hopen op een milde dood. Toen haar arts haar enkele weken later hielp, stond het draaiboek voor haar uitvaart klaar. Een besloten en stijlvolle uitvaart, van en voor deze vrouw die het allemaal zo goed wist te regelen, in de vertrouwde Geertekerk, die opnieuw haar diensten bewees.

Vader haalt het nieuwe jaar!

Het is december, wintersporttijd. Mensen om ons heen maken zich op om op vakantie te gaan. De twee dochters van een bejaard echtpaar bellen op: hun vader is al in september gestopt met eten, moeder is dementerend. Ze zijn al heel lang aan het afscheid nemen en ze zijn moe. Ze willen zo graag een weekje naar de sneeuw met hun gezinnen, maar hoe moeten ze het aanpakken om niet verrast te worden door het overlijden van vader? In een week bereid ik alles met hen voor: de opzet van de rouwkaart, het verzorgingshuis krijgt een seintje, het goede pak van vader wordt klaargelegd. Met een ietwat gerust hart gaan ze op reis. En vader haalt het nieuwe jaar!

De uitvaart is geheel in handen van de familie. Hoe fijn is het dat er veel meer mensen komen dan ze hadden verwacht. Met een kus op mijn wangen van de tweelingkleindochters gaan we na afloop weer huiswaarts.

Autumn leaves

Ze zijn hartsvriendinnen en levenspartners. Leuke meiden met pit, die hun emigratie naar Frankrijk aan het voorbereiden zijn. Helaas zal Frankrijk er nooit van komen. Als één van de vrouwen contact met me opneemt, is het omdat haar vriendin op sterven ligt. Stilletjes zitten we naast elkaar wat te fluisteren. Nadat ik vertrokken ben, leeft ze nog een dag. Samen verzorgen we haar. Ze blijft thuis en komt te liggen in een sloophouten kist. Na drie dagen sluiten we de kist en brengen haar met de rouwfiets naar de plek waar ze begraven zal worden. Goede vrienden en familie fietsen mee. Het is mooi weer, de zon hangt laag; een fris windje in de rug en de geur van vers gevallen bladeren. Deze tocht zullen ze nooit vergeten. Tijdens de condoleance maken de aanwezigen buiten een schilderij. Zacht blaast Miles Davis ‘Autumn leaves’.

Sprei

Enig kind is ze, ze heeft zelf geen kinderen en haar relatie is net verbroken. Pittig als dan je moeder komt te overlijden. Moeder en ik blijken van hetzelfde geboortejaar. Het regelen van de uitvaart is niet zo ingewikkeld, toch besteed ik er veel tijd aan. De dochter lijkt gewend aan een eindeloos luisterend oor. Dat van haar moeder.

De innige band tussen de twee vrouwen wordt verbeeld door de sprei die haar moeder haar ooit gaf. Kort voor het sluiten van de kist knipt de dochter de sprei symbolisch in tweeën. Eén helft drapeert ze over het levenloze lichaam, de andere helft drukt ze stevig tegen zich aan. Een half jaar later bel ik voor een nagesprek. Als ik haar weer ontmoet oogt ze strijdbaar. Ze is niet zielig zegt ze en vertelt dat ze mensen bij elkaar gaat brengen die net als zij ‘alleen op de wereld’ zijn.

Een jaar collegegeld

Een eigen onderneming heeft hij, midden in de stad. Een paar weken geleden bezoekt hij de dokter. Pijn. Volledig uitgezaaide kanker. Hij ziet af van behandelingen en zet direct een euthanasietraject in. Op zaterdagmiddag overlijdt hij. Hij laat vier studerende zonen achter, een ex en een nieuwe liefde. En verder zijn vader en zijn zus. We hebben wat middelpuntvliedende krachten nodig in zo’n uiteenlopend gezelschap, een taak die zijn zus op zich neemt. De grootste samenbindende kracht blijkt echter de liefde voor de overleden man. Voor de opgroeiende jongvolwassen zonen was hij vader, leidsman en inspirator. Ze hebben bagage voor een heel leven meegekregen. Alsof hij wist dat zijn tijd beperkt was. Hij was ook de financiële bedding onder hun bestaan. De kinderen maken zich daar zorgen over. Wat moeten zij zonder hem? Groot is de consternatie als blijkt dat een advertentie in de Volkskrant net zoveel kost als een jaar collegegeld. Dit is voor hen de maat der dingen. Toch komt de advertentie er.
De man krijgt een prachtige dienst, het is druk in de Geertekerk. Zijn zoons maken veel indruk met hun volwassen toespraken. Alle aanwezigen zijn verbonden in verdriet. Bij het uitdragen van het lichaam klinkt het ijle en loepzuivere Stabat Mater dan ook smartelijker dan ooit.

Schone slaapster

Een bekende uit een grijs verleden belt. Ervaren als we inmiddels zijn, weten we gelijk: dit is foute boel. De kennis heeft inderdaad een verdrietig bericht. Zijn vrouw zal spoedig overlijden. We maken een afspraak.

Het is een aangename zomer. De vrouw ligt zoveel mogelijk in de tuin van het hospice waar ze verblijft. De sfeer om haar heen is licht. Ze kan niet meer goed praten, maar haar glimlach is hemels. Ze lijkt gelukkig en iedereen wil bij haar zitten. Al dagen wordt haar overlijden verwacht, maar het gebeurt maar niet. Vaak is ze heel ver weg, maar steeds weer veert ze op en als ze de stem van haar man hoort, is ze één en al glimlach. Als het onvermijdelijke moment daar is, neemt hij haar mee naar huis. Daar ligt ze, als een schone slaapster. Velen komen naar haar kijken.

De dag dat ze wordt begraven halen haar man en een kleine groep vrienden haar thuis op met de loopkoets. Ze begeleiden haar op een stille tocht van haar woonhuis naar de Geertekerk.
Het is zomervakantie, maar de kerk is overvol. Buiten een strakblauwe lucht, de zon straalt. Ze wordt gemist.

Hij heeft hem nog niet gelezen

Allebei hoogbejaard en allebei ziek. Meneer is terminaal, zijn vrouw zit middenin intensieve bestralingen. Wat een verdriet als zij het niet meer volhoudt om haar man thuis te verzorgen. Ook zeer tegen zíjn zin moet hij naar een hospice worden overgebracht.
Hoe pijnlijk.. Het laatste jaar van hun leven samen. Door de fysieke afstand drijven ze uit elkaar. Meneer overlijdt en een rustige opbaarperiode in het opbaarcentrum volgt.

Mevrouw schrijft in deze periode een brief, waarin ze de kloof die is ontstaan tussen haar en haar man probeert te overbruggen. Het is een lief gezicht, de brief die onder zijn revers geschoven is. De oudste dochter die wars is van sentimentaliteit, merkt iedere keer dat ze haar vader ziet op: ‘hij heeft hem nog niet gelezen’.

Maar ook deze dochter is niet vrij van emoties. Op de laatste dag voor het afscheid steekt ze in een onbewaakt moment een bloem naast de brief. Een mooi moment als juist dan haar moeder met haar zus binnenkomt en ze elkaar gedrieën aankijken. Lichtelijk betrapt glimlacht ze en zegt: ‘hij heeft hem nog steeds niet gelezen’.

Haar uitvaart is hun uitvaart

Een vrouw nodigt me uit. Haar man is er niet bij, hij weet niets van wat we bespreken. De dood is een zwaar beladen onderwerp in hun huishouden.

Als de vrouw wordt opgenomen in een hospice komt het verslag van ons gesprek op tafel. Dit is een bittere pil voor de echtgenoot. Hij wil de wensen van zijn vrouw respecteren, maar heeft veel moeite met het feit dat hij erbuiten is gehouden. Ook met de inhoud van de wensen is hij het niet eens. Vrouw en man zijn allebei van joodse origine, maar hebben niets met het geloof. Toch heeft de vrouw ervoor gekozen om een aantal joodse elementen in haar uitvaart op te nemen.

Haar uitvaart zal namelijk niet alleen háár uitvaart zijn. Ze wil dat het ook de uitvaart wordt van haar ouders en haar familie, die vermoord zijn in Sobibor. Sobibor, het kamp gebouwd tijdens de tweede wereldoorlog, een vernietigingskamp. Het kamp dat niet tevens een werkkamp was. Het enige doel was om mensen, voornamelijk joodse mensen, uit te roeien.

Vier maanden ligt de vrouw in het hospice, een periode waarin haar man zich meer en meer verzoent met haar wensen.
De uitvaart is mooi. Haar graf ligt bovenop een heuvel. Het is nog een hele toer om met de joodse kist (zonder handgrepen!) naar boven te klimmen. Het kadiesj wordt uitgesproken, het graf dicht geschept. Meer dan 34.000 Nederlandse joden arriveerden in Sobibor. Vrijwel alle mensen die daar aankwamen zijn direct vergast, of gefusilleerd. De familieleden van de vrouw zijn er vermoord, zonder voor hen belangrijke rituelen, zonder respect, zonder… niks. Vandaag worden ook zij begraven.

Haar uitvaart is ook hun uitvaart.