Blog

Hiske Alting en Pauline Res schrijven elke maand samen met Yvonne van Almaren een nieuwe blog.

Dichtbij

En dan krijg je als uitvaartleider zelf van dichtbij met de dood te maken. Mijn zwager. Twee derde van zijn leven was hij depressief, diverse diagnoses werden gesteld. En nu wilde hij worden verlost uit zijn lijden. Na ruim drie jaar is eindelijk de toestemming voor euthanasie daar. Zijn hoogbejaarde moeder, zijn broers, zusje en hun partners zijn erbij als hij rustig overlijdt.

Bijzonder vind ik het, als ik word gevraagd de uitvaart te organiseren. Ik ga in de regelstand en samen met de andere familieleden bereiden we een heel mooi afscheid voor. Ik probeer vooral mijn rol als uitvaartleider te nemen en niet als familielid. Maar dan komt de dag van het daadwerkelijke afscheid dichtbij. En dat heeft meer impact op me dan ik had verwacht. Ik vraag collega Hiske of ze de volgende dag het stokje van me wil overnemen.

Op de dag van de uitvaart ben ik ontspannen, tevreden over wat ik heb georganiseerd. Ik hoef vandaag nergens aan te denken, alleen bij mijn familie te zijn en in alle rust afscheid te nemen. Ik kan verdrietig zijn over hoe triest een mensenleven kan verlopen. Tot zijn drieëntwintigste was mijn zwager een levenslustige, succesvolle en sportieve man. Met elkaar kijken we naar foto’s met prachtige passende muziek en verhalen uit die tijd. Het is een fase van zijn leven die iedereen bijna vergeten is, of zelfs nooit gekend heeft.

We glimlachen, zuchten en laten tranen om hoe het hem is vergaan. Ook ik; vandaag ben ik geen uitvaartleider, maar gewoon een familielid dat afscheid neemt van een dierbare. 

Begraven in Syrië

Ik ben met Maran op stap. Ze is anderhalf jaar in Nederland en wil weten hoe een uitvaart in Nederland gaat. We gaan samen naar een begrafenis op Daelwijck. Ik laat haar grafstenen zien, waar ruimte is opengehouden voor een tweede naam en vertel haar dat we dit een familiegraf noemen. Maran vindt het vreemd: één graf met twee mensen bovenop elkaar; in Syrië word je naast elkaar begraven. Onderweg naar het crematorium lopen we langs de urnenmuur. Maran geniet van de kleine huisjes, met kaarsjes, hartjes en beeldjes. ”Mag ik een foto maken?”
Ik vraag Maran hoe het in Syrië gaat. Ze vertelt. Een overledene wordt in Syrië binnen 36 uur gewassen, in lakens gewikkeld en begraven. Je gaat net zo naakt als toen je geboren werd. Iemand leest twee verzen uit de koran voor. In het graf wordt water gesprenkeld en bloemblaadjes. Daarna wordt de overledene in het graf gelegd.

Nu wil Maran weten hoe duur het is om in Nederland begraven te worden. Ik vertel haar dat een begrafenis gemiddeld € 8.000,- kost. Een begrafenis in haar land kost € 50,-; dit bedrag is voor de man of vrouw die de overledene wast. De grond waarin begraven wordt is van de gemeenschap. Er is geen kist, geen opbaring, geen advertentie of kaart. En het graf is eeuwigdurend. Ontroerend eenvoudig eigenlijk.

Verdrietig

We krijgen een bericht binnen via onze website. Dezelfde ochtend bel ik het ingevulde telefoonnummer. Aan de andere kant van de lijn een dochter en zoon. Hun moeder zal niet lang meer leven. Als ik wat wil vertellen over wat er mogelijk is, reageren ze kort: haar uitvaart zal met minimale middelen moeten worden uitgevoerd.

Al na een week laten ze me weten dat moeder is overleden. Het kost me moeite om mijn credo ‘zorgvuldig en betrokken’ in praktijk te brengen. De verzorging van de overleden vrouw wordt aan ons overgelaten, de rouwkaart wordt in een vloek en een zucht afgehandeld en een eenvoudig bloemstuk kan nog net. Uit alles blijkt een onvermogen om met liefde over de overledene te kunnen spreken en denken. Wat moet veel zijn misgegaan in de relatie tussen deze kinderen en hun moeder.

Na een opbaring van twee dagen in het rouwcentrum komen de dochter en zoon met de kleinkinderen afscheid nemen. Ze zijn vijf minuten binnen. Dan wordt aan mij gevraagd de kist te sluiten en verlaat de familie het crematorium. Verdrietig ga ik naar huis. Wat zijn deze mensen niet bij machte geweest om dit afscheid vorm te geven. En wat heb ik daar weinig aan kunnen bijdragen. 

Dag lieve kleurige stagiair

Het is een jaar of vijf geleden. Ze had nog maar net ons kantoor verlaten, onze enthousiaste stagiair, en toen was ze ineens terminaal ziek. Op haar bed, met het hele gezin, bespraken we haar uitvaart. Het moest een viering van haar leven worden. Alle gasten in fleurige kleding; ze hield daar zelf zo van. Een ‘happy hour’ als afsluiting, in haar favoriete café-restaurant. Als de dag daar is, schijnt de zon en rijden we in optocht naar het oosten van het land. Hier is ze geboren, hier wil ze begraven worden. In gedachten zie ik haar intens tevreden op het dak van de rouwauto zitten. Er hangt een soort opgetogenheid in de lucht.

We komen aan op de begraafplaats. Al van veraf zien we het oranjerode schijnsel van twee brandende vuurbekkens naast de plek waar we haar naartoe brengen. Het is er heuvelachtig, met zacht groen mos dat royaal om de graven ligt, er is ruimte, er zijn doorkijkjes. De mooiste begraafplaats die ik tot op heden gezien heb. We vieren een prachtig afscheid. Dag lieve kleurige stagiair.

Kerststal

Het is al even stil op kantoor, we worden er wat onrustig van. Dan gaat de telefoon; er is een man overleden, vrij plotseling, in het ziekenhuis waar hij lag. Zijn familie heeft gelukkig nog afscheid van hem kunnen nemen. Zó willen ze hem ook herinneren, zoals hij was toen hij nog leefde. Hem nu thuis opbaren vinden ze om die reden niet prettig. Bij hen in de polder, ligt een begraafplaats met een ruimte voor opbaring. Denkend aan de buitenmens die de man was, vindt de familie dit een mooie plek, al kiezen ze er zelf voor hem niet meer te zien. Met gesloten kist staat de overleden man al die dagen zonder bezoek op de verlaten begraafplaats.

Alleen ik kom iedere dag langs. Met de familie bespreek ik ondertussen hoe de afscheidsdienst eruit moet zien. Dat valt niet mee. De kinderen van de overledene zijn niet gelovig zoals hun ouders en hebben geen idee van de rituelen van de katholieke kerk. Als we ons vooraf gaan oriënteren in de kerk, lopen de kinderen wat verdwaasd achter mij aan. De koster en ik leggen uit wat de kerkelijke gebruiken zijn na een overlijden. Terwijl vrijwilligers gezellig timmeren aan de kerststal in de kerk, praten wij over wijwater en wierook en doen we een generale repetitie. Een paar dagen later is de uitvaart. De kerk voelt inmiddels warm en vertrouwd. De kerststal is klaar, net als het leven van de man. Al weten de kinderen nu: dat geldt slechts voor zijn leven op aarde.

Wat lig je daar mooi!

De telefoon gaat. Ik krijg een dochter aan de lijn; haar moeder is overleden. Zonder al te veel details vertelt ze dat de familiesituatie enigszins ingewikkeld is. Wat ze graag wil is met een paar familieleden afscheid nemen. Liever niet in een aula. Ik ga aan de slag en leg contact met een uitvaartcentrum in Utrecht. Zij beschikken over een ontvangstkamer met deuren waardoorheen je naar buiten kunt kijken. We spreken af om deze mooie plek voor de gelegenheid om te vormen tot een vriendelijke afscheidsruimte, met uitzicht op het bruggetje en de tuin. De dochter besteedt veel zorg aan de kaart, met een foto van een prachtig rivierenlandschap waar moeder zo van hield. De kist die gekozen wordt is een kist van gevlochten loomweefsel, dat een warme geborgen uitstraling geeft. Op de dag van de uitvaart zijn de familieleden aanwezig om het leven van de overleden vrouw te memoreren. Haar oude, licht dementerende zuster breekt het ijs. Elke tien minuten staat ze op, loopt naar de kist en herhaalt: ‘wat een mooie mand waar je in ligt; wat lig je daar mooi!’

Roze bril

Het is oktober als ik een gesprek heb met twee zusjes. Hun moeder is opgenomen in Hospice Kromme Rijnstreek in Houten en heeft niet lang meer te leven. De dood nadert en een uitvaart is onvermijdelijk. De zusjes willen niet langer wachten met alle voorbereidingen. We gaan gelijk aan de slag en zoeken een graf uit op natuurbegraafplaats Den en Rust. Ze kiezen een kist en een rouwkaart. Kleding wordt alvast naar het hospice gebracht, de vrouwen maken de tekst voor de kaart en schrijven de enveloppen. Als we elkaar weer spreken geven ze aan voor hun moeder toch liever een graf op Kovelswade (Utrecht) te willen. Kovelswade ligt vlakbij haar huis en op het graf kan één van de dochters een eigengemaakt kunstwerk zetten, hetgeen niet mag op de natuurbegraafplaats. We bekijken de aula op Kovelswade en het is direct duidelijk dat ze hier met een 30-tal familieleden en vrienden een intieme afscheidsbijeenkomst willen houden. Verrassend voor mij, kiezen zij de roze Chevrolet als rouwauto. Ook Thea, onze vaste koffiedame op deze locatie, kijkt haar ogen uit.

De Chevrolet wordt op Kovelswade opgewacht door familie en vrienden. Het is een sobere en liefdevolle bijeenkomst. De zusjes hebben een mooie fotoreportage gemaakt over hun moeder, een vrouw die zolang zij zich haar herinneren depressief was. Bij het graf strooien de kinderen roze bloemblaadjes. Roze is duidelijk haar kleur! Ik denk, had ze haar leven maar door een roze bril kunnen bekijken. Dat had haar wellicht veel leed bespaard. Maar een roze bril is niet iedereen gegeven.

Leef als een zigeuner

In het Bartholomeus Gasthuis is een bewoner overleden. Pauline verzorgt hem deze avond, als altijd netjes en zorgvuldig. De volgende ochtend maakt Hiske kennis met de familie. De overleden man was het familiehoofd, bij wie vier jaar geleden dementie is vastgesteld. Zijn wereld werd steeds kleiner. Eerst kon hij niet meer autorijden, toen moest zijn fiets eraan geloven en daarna de lange wandelingen die hij maakte in de stad. Een paar maanden geleden is hij verhuisd naar het Bartholomeus Gasthuis. Zijn vrouw wilde hem blijven verzorgen, maar helaas ging dat niet meer. De familie is echt Utrechts, geboren en getogen in Wijk C. Traditie is belangrijk; met hippe of afwijkende voorstellen hoef ik niet aan te komen. De dag voor de uitvaart is het druk: er is een rouwbezoek georganiseerd en iedereen die morgen ook komt is aanwezig. Op de dag van de uitvaart zelf sluiten we de kist op het allerlaatste moment; niemand wil ook maar een minuutje missen. Het vervoer gaat uiteindelijk toch anders dan gebruikelijk. De overledene ‘zat vroeger op de weg’ en daarom heeft de familie gekozen voor de uitvaartbus, waarin we met elkaar, samen met de kist, naar Daelwijck gaan. Een ware pater familias, warm omgeven door zijn hele familie. Bij het afscheid is het eerste muzieknummer de schlager ‘Leef als een zigeuner’. De tranen vloeien rijkelijk. Hiske mag daarna zijn levensverhaal vertellen.

Een mooie uitvaart, niet één van dertien in een dozijn, en daar is iedereen heel dankbaar voor.